Natte droom

Na een carrière van twintig jaar in de muziekbranche vond ik het in 2014 tijd voor een sabbatical. In oktober 2014 stuurde Thomas van Vliet mij een bericht door waarin stond dat de gemeente Rotterdam plannen zocht voor een Rotterdams middelgroot podium. Hoewel een eigen poppodium een van mijn grote ambities is, bedankte ik aanvankelijk vriendelijk voor de uitdaging, maar ik wilde Thomas wel adviseren. We gingen op zoek naar een geschikte locatie en stuitten toen op het politiebureau aan het Eendrachtsplein. Dat was het moment waarop ik zo enthousiast werd dat ik besloot samen met Thomas een plan te schrijven.

We spraken tientallen mensen en steeds meer puzzelstukjes vielen op hun plek. We ontdekten echter snel dat de financiële haalbaarheid van ons ambitieuze plan niet zonder meer draagkracht van de gemeente kon, en dat stond niet in de uitvraag. Toch besloten we het plan af te maken. Ook stuitten we op weerstand uit de Rotterdamse popsector waar meerdere partijen zich ineens tegen de komst van een nieuw poppodium uitspraken. Dat was lastig omdat juist de samenwerking met de Rotterdamse popsector een van de belangrijkste pijlers onder ons plan was. We hoopten door te dringen tot de tweede fase van de procedure waarna we zo snel mogelijk met de popsector om de tafel wilden om hen alsnog achter ons plan te krijgen.

19 december 2014 dienden we ons plan in en omdat we niet stil wilden zitten tot de uitslag van de commissie togen we naar Groningen om ons te informeren en te profileren tijdens de belangrijkste muziekbijeenkomst in Nederland: Eurosonic Noorderslag. Daarnaast onderzochten we de financiële haalbaarheid van ons plan; we spraken met banken, filantropische instellingen en de vastgoedafdeling van de gemeente Rotterdam. Zo kwamen we tot een aantal scenario’s die tot de komst van ons podium konden leiden. Er moest een klein wonder gebeuren – want de gemeente zou meer commitment moeten tonen – maar we waren vol goede hoop en energie om te kijken hoever we konden komen.

Het wachten was op de uitslag van de commissie van de RRKC. Natuurlijk hielden we rekening met het feit dat ons plan afgekeurd kon worden op de financiële haalbaarheid en dat de commissie voor meer bij de uitvraag passende plannen zou kiezen. Het bleek echter een koude douche te worden voor alle betrokkenen. Alle plannen werden zodanig onvoldoende bevonden dat zelfs een tweede fase volgens de commissie zonde van de energie en tijd zou zijn.

Namens Cell hebben we direct aangekondigd dat we vonden dat de procedure hervat moest worden omdat de commissie in onze ogen een onzorgvuldig en subjectief advies had afgegeven. Vooral het introduceren van een eigen capaciteitscriterium was controversieel en wekte de indruk dat de RRKC niet als objectief adviseur, maar als richtinggevend beleidsmaker handelde.

Er volgde een gesprek met twee direct betrokken ambtenaren van Sport en Cultuur. Zijn gaven aan teleurgesteld te zijn, maar dat ze achter het advies van de RRKC stonden. Voor mij persoonlijk was dat een enorme teleurstelling. Ik had beter moeten weten, maar hoopte dat ook zij met hun gezonde verstand twijfels hadden bij de gang van zaken. Die avond besloot ik dat de droom over was. We hadden nog veel hobbels te nemen en daarvoor hadden we een enthousiaste, ambitieuze gemeente nodig. Uit het besluit en het gesprek bleek het tegendeel.

Ik overwoog me volledig terug te trekken omdat ik meegetrokken werd in de negatieve sfeer in de media, social media en onder andere plannenmakers, maar elke ochtend werd ik weer boos wakker omdat ik het gevoel had dat het gewoon niet eerlijk was. Had de commissie van de RRKC ons plan wel goed gelezen? Anders hadden zij toch nooit tot deze beoordeling kunnen komen? Waar de RRKC samenwerking van plannenmakers prees, liet zij dit punt bij Cell onbenoemd, evenals onze sterke wortels in de Rotterdamse popsector. Zij noemde ons als initiatiefnemers onervaren terwijl wij meer dan 30 jaar ervaring hebben in de muzieksector en ik zo ongeveer iedereen in de Nederlandse popsector van naam, gezicht en veelal persoonlijk ken. De RRKC oordeelde dat wij niet in staat zouden zijn de gunsten van de boekingskantoren te verwerven, terwijl ons plan stoelt op samenwerking met de Rotterdamse popsector waardoor we direct over beschikbare gunsten zouden beschikken. Tevens oordeelt zij dat wij te weinig fte’s hebben om onze programmaplannen te verwezenlijken, terwijl wij duidelijk hebben aangegeven dat ook hier de samenwerking daarvoor garant staat en dat onze eigen programmeurs mede tot taak hadden de programmering van externe organisatoren te coördineren. We spraken met het Paard van Troje over verregaande samenwerking op programmeringsgebied en benoemden dit ook in ons plan. In het oordeel van de RRKC over Cell staat hierover werkelijk NIETS te lezen. NIETS, GEEN LETTER, GEEN WOORD. Juist hierdoor twijfel ik aan de goede bedoelingen van de commissie van de RRKC. Zij laat geen gelegenheid liggen om plannen af te schrijven in deze eerste fase. Ik beschouw het zogenaamde advies van de RRKC eerder als een doelgericht afschieten van de plannen omdat de RRKC minstens een andere visie heeft dan de gemeente waar het een nieuw Rotterdams podium aangaat.

Dit gevoel van onrecht geeft nog het laatste beetje energie dat ik nodig heb om dit stuk te schrijven, om samen met Thomas naast dit persoonlijke betoog een onderbouwd bezwaarschrift te schrijven tegen het stoppen van de procedure. We doen het niet meer voor ons eigen plan, die energie is weg, dat vertrouwen is verdwenen. We doen het voor de rechtvaardigheid, we doen het omdat de Rotterdamse politiek zich nu eens eindelijk duidelijk moet uitspreken over haar ambities waar het een poppodium betreft.

Woensdag 18 maart mochten alle plannenmakers op audiëntie bij wethouder Visser. Hij gaf duidelijk aan dat er geen toekomst is voor een individueel plan en dat hij hoopt dat de 11 plannenindieners met elkaar tot een gezamenlijk, breed gedragen plan konden komen. Zover gaat de ambitie van de gemeente dus, je zet wat enthousiaste mensen aan het werk, houdt ze een worst, een wortel of een ontbijtkoek (oftewel een vage uitvraag) voor en verschuilt je vervolgens achter een commissie die je feitelijk aanspreekt op je eigen ambities en op de beleidsmakersstoel gaat zitten.

Hoe kan een daadwerkelijk ambitieuze gemeente het initiatief weer teruggeven aan plannenmakers die allemaal met een dikke vette onvoldoende afgeserveerd zijn? Het ergste is, ik heb het nog overwogen, zo vol goede bedoelingen zit ik, maar ik heb de energie niet meer, ben het vertrouwen verloren en ik maak me zorgen over mijn eigen toekomst in Rotterdam omdat ik tijdens mijn sabbatical tot de conclusie ben gekomen dat ik een cultureel ondernemer ben met meerdere plannen in mijn stad Rotterdam …

Advertenties